Sarma is geen snelle maaltijd. Dit is eten dat langzaam ontstaat in een pan die uren zacht staat te pruttelen, terwijl de smaken zich opbouwen. In de Balkan hoort dit gerecht bij de winter, bij lange tafels en bij families die dezelfde recepten al jaren maken.
Zuurkoolbladeren vormen de basis: stevig, licht zuur en perfect om een vulling van gehakt en rijst in vast te houden. Tijdens het stoven trekken alle smaken in elkaar. Ajvar geeft extra diepte met zijn geroosterde paprika’s, terwijl eventueel suho meso zorgt voor een subtiele rokerigheid.
Dit is geen gerecht dat je haastig eet. En zoals vaak geldt: de volgende dag is het nog beter.
Ingrediënten (4–6 personen)
-
1 pot zuurkoolbladeren
-
500 g gehakt (rund of gemengd)
-
100 g rijst
-
1 grote ui
-
2 teentjes knoflook
-
2–3 el ajvar
-
150 g suho meso (optioneel)
-
1 el vegeta
-
Somun of lepinja (om te serveren)
Bereiding
1. Fruit de fijngesneden ui en knoflook kort aan tot ze zacht zijn. Meng dit met het gehakt, de rijst, ajvar en vegeta. Zorg dat alles goed verdeeld is — dit bepaalt straks de smaak van elke rol.
2. Spoel de zuurkoolbladeren kort af als ze erg zuur zijn. Leg een portie vulling op elk blad en rol stevig op. Klap de zijkanten naar binnen zodat ze niet openvallen tijdens het koken.
3. Leg eventueel stukjes suho meso op de bodem. Plaats de sarma’s strak tegen elkaar aan in de pan: hoe minder ruimte, hoe beter ze hun vorm houden.
4. Voeg water toe tot alles net onder staat. Laat dit 1,5 tot 2 uur zachtjes koken. Niet laten borrelen, rustig laten trekken is wat het verschil maakt.
5. Serveren
Laat de sarma kort rusten voordat je ze serveert. Warm, met brood om de saus op te nemen.
Reacties (0)
Er zijn geen reacties voor dit artikel. Wees de eerste die een bericht achterlaat!